maandag 3 oktober 2011

Slagergezin





Zoals middenstandsgezinnen in mijn jeugd leefden, dat komt denk ik niet veel meer voor. Wij waren eigenlijk ook geen gezin, maar een slagerij. In mijn kamer kon ik goed ruiken welke worstsoort er gemaakt werd. De weeïge geur van leverworst met bijbehorende vochtige dampen trok door alles heen. Mijn kamer bevond zich boven het rookhok, waar de worsten hingen te drogen of gerookt werden. 

Als mijn vader in de winkel karbonades aan het hakken was, konden we dat overal in het huis horen. Niet dat je er speciaal naar ging luisteren, maar het was gewoon een vertrouwd onderdeel van onze omgeving. Het hakmes maakte twee tussentikjes op het zware hout, en dan ging het TJAK! precies tussen de botjes door. 
Vaak stond ik in de winkel naast het hakblok te kijken hoe mijn vader het vlees afsneed. Zijn trefzekere en vaste hand nam ik zonder nadenken in mij op. De inzet was altijd perfect afgewogen, niet te langzaam en niet te hard. Het mes moest scherp zijn. 'Niet duwen, maar snijden' zei hij een keer tegen een van de knechten. 't Is net of ik alles nog weet. Het opnemen van de telefoon, het noteren van bestellingen. Dan moest een van ons naar een mevrouw in de buurt om het vlees te brengen.

Onze keuken bevond zich vlak achter de winkel. Tussen de middag bleef die gewoon open, en als het druk was hoorden mijn broer en ik de bel doorlopend gaan, terwijl het eten van onze ouders op tafel koud stond te worden. We legden er dan een omgekeerd bord overheen want de klanten gingen altijd voor.


Nog een advertentie van opa, 1927

2 opmerkingen:

  1. Ik vind de koppen boven de advertenties zo leuk. Het trekt de aandacht hetgeen uiteraard de bedoeling is en vervolgens krijgen de concurrenten ervan langs.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ja Ferrara, zo dacht ik ook. Ze moesten vooral opvallen.
    Mijn broer vond tot nog toe 160 advertenties, dus er is veel geks bij elkaar geschreven...

    BeantwoordenVerwijderen

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.