










Maar deze hazelaarblaadjes zijn dat Bijna alweer voorbij.
Ik zei, is het nog geen etenstijd?
En jij: Bijna.
Ik zei, bijna is een leuk woord.
Zoals hier: Het is bíjna waar.
Je zei: jij verhuist het naar
waar het niet hoort
Waar is niet: OF waar OF niet waar.
Het vloeit van niet waar langs een beetje.
Een beetje meer, half, wel-voor-jou en niet-voor-mij
tot ongeveer, en dan tot bijna waar.
Helemaal waar bestaat geloof ik niet.
O, en helemaal niet waar dan ook niet.
Ik zei: met bijna kun je de boel in beweging houden.
Bijna bewegen maar toch niet vast staan.
Bei und nah. Dichtbij.
Jij zei: Oo ja.
Ik: We zijn er nog niet, betekent het ook.
Hoeft NOG niet. Is NOG niet.
Het is een veelbelovend woord.
Bijna lente.
Jij: Vooral bijna lente en bijna zomer.
Ik: Maar bijna herfst is ook leuk,
en bijna winter. Dan komt alles nog, maar nu nog niet.
Jij: Dan is het koud, en straks nog kouder.
Ik: Maar nu nog niet. Dat is juist zo fijn.
Bijna zorgt voor meer nu.
Jij: Dat is ook een goeie bijna-gedachte.
Ik
ga er bijna een gedicht over schrijven.





