maandag 24 oktober 2011

De engel in de Herberg


De Herberg wordt u opengedaan door een jong uitziende vrouw in een eenvoudige mooie jurk.  

Filmpje afgemaakt dat al zo lang op de 'to do' plank lag. 
Dit gesprek met Pim Fortuyn is mij altijd bijgebleven. 
Omdat ik geen oorspronkelijke beelden van de hemel heb kunnen maken kijkt u tijdens het luisteren naar het röntgenbeeld van een oktoberlucht boven Groningen. De stad waar Pim Fortuyn van 1972 tot 1990 gewerkt heeft (voordat hij naar Rotterdam ging)

Pim Fortuyn wordt geinterviewd door Bert-Jan van der Mieden
in het programma De Firma Interview. Deze laat hem vooruitblikken op zijn dood en toetreding in de hemel door middel van een eenvoudig mensmodel. Daarmee geeft Pim een blik in zijn ziel.  Niet over zijn schijn-ik, niet de kern van het schijn-ik (het lijdens-ik)





donderdag 20 oktober 2011

Eens is alles achterhaald


Een Egyptische vrouw gaf mij pasgeleden een afbeelding van Toetanchamon, gedrukt op papyrus. Het gaf opnieuw gedachten over opruimen en sterfelijkheid.

Wat voor piramide-tje zal IK nou eens op aarde achterlaten? Na mijn leven bedoel ik.

In elk geval geen fotoalbums vol foto's. Geen dagboeken. En geen archieven met kopieën van kopieën van kopieën, en zo. Ook geen foto's van zonsondergangen of bloemen in mijn tuin. 
Misschien alleen een schone lei. Zo'n whiteboard, zonder viltstift.

Ja, de gedachte om niets achter te laten spreekt mij steeds meer aan. 


donderdag 13 oktober 2011

De sluisdeuren naar het gevoel

Tranen luchten mij op, zoals lachen dat ook doet. 
En: nu ben ik tenminste geen zoutpilaar.  


Het moet eruit. Dat is alles.

Nou ja, niet helemaal ALLES, natuurlijk.

maandag 3 oktober 2011

Slagergezin





Zoals middenstandsgezinnen in mijn jeugd leefden, dat komt denk ik niet veel meer voor. Wij waren eigenlijk ook geen gezin, maar een slagerij. In mijn kamer kon ik goed ruiken welke worstsoort er gemaakt werd. De weeïge geur van leverworst met bijbehorende vochtige dampen trok door alles heen. Mijn kamer bevond zich boven het rookhok, waar de worsten hingen te drogen of gerookt werden. 

Als mijn vader in de winkel karbonades aan het hakken was, konden we dat overal in het huis horen. Niet dat je er speciaal naar ging luisteren, maar het was gewoon een vertrouwd onderdeel van onze omgeving. Het hakmes maakte twee tussentikjes op het zware hout, en dan ging het TJAK! precies tussen de botjes door. 
Vaak stond ik in de winkel naast het hakblok te kijken hoe mijn vader het vlees afsneed. Zijn trefzekere en vaste hand nam ik zonder nadenken in mij op. De inzet was altijd perfect afgewogen, niet te langzaam en niet te hard. Het mes moest scherp zijn. 'Niet duwen, maar snijden' zei hij een keer tegen een van de knechten. 't Is net of ik alles nog weet. Het opnemen van de telefoon, het noteren van bestellingen. Dan moest een van ons naar een mevrouw in de buurt om het vlees te brengen.

Onze keuken bevond zich vlak achter de winkel. Tussen de middag bleef die gewoon open, en als het druk was hoorden mijn broer en ik de bel doorlopend gaan, terwijl het eten van onze ouders op tafel koud stond te worden. We legden er dan een omgekeerd bord overheen want de klanten gingen altijd voor.


Nog een advertentie van opa, 1927