
Die voorouders (de ouders van de ouders van de ouders van de ouders etc van mijn grootouders) bebouwden het land, hielden vee, dienden, maakten, repareerden, vervoerden en verkochten. Zij waren voerman, arbeider, dagloner, dagloonster, boerenknecht, landbouwer, veerman, vleeshouwer, kastelein, herbergierse, winkelierse, koemelkerse, veehoudster, dienstmeid, dienstmaagd, tuinier, slagersknecht, naaister, weversknecht, koopvrouw, blokmakersknecht, stalknecht, pottebakker, kuiper, stelmaker, smidsknecht, timmerman, schippersknecht, koster, telefoonbeambte, metselaar, kleermaker, schoenmaker, pakhuisknecht, ijzerhandelaar, melkrijder, schipper, onderwijzeres, melkcontroleur, baker, aannemer, gemeentebode, gemeentewerkman, bakker, molenaar, vlasbouwer, schoenmaker, boekhandelaar, scheepskapitein, koopman, boekweitmolenaar, grutter, herbergier, inlandse kramer, kalkbrander, hoofd der school, machinist, binnenvaarder, werkman, molenaarsknecht, houtkoper, wethouder, wagenmaker, verversknecht, grossier, veehandelaar, cafehouder, turfschipper, visser.
Hun handelingen, bewegingen, overwegingen, beslissingen, hebben wellicht sporen achtergelaten, die mij ertoe hebben gebracht om - van schoonmaakster, dierenasielmedewerkster, kantinejuffrouw, receptioniste, vleesverkoopster, schipster, koemelkster, tuinierster, onderwijzeres, galeriehoudster, theehuishoudster, muziekjuf, houtbewerkster, boekbindster en schrijfster, - uiteindelijk kippenhoudster, kunstenares en installatrice in de Graansilo te worden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.